PHP organiseerde week van internationale kennisuitwisseling rond lage energierenovatie
Het thema 'renoveren met passiefhuiscomponenten' is al enkele jaren een vast thema op het jaarlijks passiefhuis-symposium.
In de week van 13 tot 16 oktober 2009 gooide Passiefhuis-Platform er een nog een hele schep kennis bovenop in het kader van haar samenwerking in het International Energy Agency Solar Heating Cooling Programma, en het recentelijk engagement van PHP om zeer energiezuinig renoveren te bevorderen in het kader van een door IWT ondersteund project thematische innovatiestimulering.
Op 13 oktober werd een studietrip georganiseerd naar de renovatie De Kroeven in Roosendaal.
Na een mini-symposium in het zeer verzorgde Sint-Jan Cultuur Roosendaal, gehost door het onderzoeksinstituut OTB TU Delft, konden de internationale deelnemers dit unieke project bezoeken.
De betrokken wooncorporatie mag zich gerust een pionier noemen: een hele wijk van naoorlogse woningen wordt gerenoveerd naar de passiefhuis-standaard.
De bezoekers konden terecht in twee op verschillende manieren gerenoveerde modelpanden en werden professioneel begeleid door de betrokken adviseur Trecodome en door de wooncorporatie AlleeWonen.
Op 14 oktober volgde het congres 'Sustainable Energy Saving in Existing Housing Now' dat georganiseerd werd door PHP in het aangename Lindner Hotel te Antwerpen.
Bij deze gelegenheid werden de eindresultaten gepresenteerd van twee taakgroepen van de International Energy Agency: IEA SHC Task 37 en de IEA ECBCS Annex 50
Er waren 70 deelnemers, uit België, Oostenrijk, Canada, Zwitserland, Duitsland, Nederland, Noorwegen en Zweden.
Na inleidende presentaties door internationale experten werd in twee rondetafels verkend wat de kansen en bedreigingen zijn voor de opschaling van de markt van zeer energiezuinige renovaties.

In de eerste rondetafel 'Economic and political challenges for low energy housing retrofit' voorgezeten door het WTCB kwamen reeds enkele belangrijke punten aan het licht.
Fritjov Salvesen (KanEnergi KS en task leader van IEA SHC Task 37) beklemtoonde dat binnen de IEA steeds sterk de focus ligt op technologie. De besproken projecten waren dan ook bijna uitsluitend demo projects en experimentele gebouwen. Deze werkwijze heeft echter ook nadelen, niet in het minst de gevoeligheid van deze experimentele gebouwen voor technische fouten.
Paul Parker van de University of Waterloo en bezieler van het Canadese REEP programma vergeleek de innovativiteit van een net zero energy house met een huis gerenoveerd waarin men 50% van de besparing van het net energy house realiseert. Het resultaat van het tweede huis is nog steeds 50% besparing ten opzichte van de bouwstandaard. Dit huis vormt echter een tussenstop tussen standaard en innovatief doel.
Paul Parker benadrukte de noodzaak van een slimme financiële incentive. In Canada bestond dit een tijdje bij één bank, maar uiteindelijk werd dit product afgevoerd wegens te weinig interesse.
André De Herde (UCL Architecture&Climat en voorzitter Waalse sociale woningbouw) benadrukte dat de grootste verklaring voor de slechte toestand van het gebouwenpark in Wallonië is dat de gebouwen tijdens WOII weinig schade opliepen, in tegenstelling tot Vlaanderen.
Hij verwees naar de lezing van Ivo Opstelten (ECN) en Sophie Trachte (UCL), waar de kosten voor renovatie werden benaderd als overcost. Hierbij stelt zich natuurlijk de vraag: wat is dat, en hoe relevant is dat? Wat is immers de terugverdientijd van een badkamer? Men stelt zich wél de vraag wat de meerkost is van energiezuinige maatregelen.
Alles begint volgens De Herde bij het ontwerp van een gebouw, en dat is ook zo bij renovatie. Pas nadat de problemen via de architectuur reeds fundamenteel zijn aangepakt, kan men spreken over de systemen.
Voor Wallonië is er ook een andere strategie om energie te besparen, waarbij niet wordt gesproken over het totaal aantal verwarmde vloeroppervlakte, maar eerder wordt gekeken naar welke oppervlakte effectief moet worden verwarmd. Bijvoorbeeld voor een woning van 100m² kan het mogelijk zijn om slechts 60m² te verwarmen. Dit levert reeds een besparing van 40%.
In Wallonië is de strategie gedefinieerd aan de hand van concrete doelstellingen: 60 kWh/m².a voor renovatie als doelstelling, en 30 kWh/m².a voor nieuwbouw.
Bram Claeys van het kabinet van de Vlaamse Minister voor Energie was onder de indruk van de studiedag. Hij bevestigde dat veel stof om te becommentariëren was aangebracht en veel lessen en ervaringen werden gedeeld. Veel van wat de overheid gedaan heeft, is hier aangeraakt.
Een grote les die uit deze ochtendsessie kan worden getrokken, is de nood om alles veel meer coherent te organiseren, en ook meer coherent te communiceren. Enkel zo zal een break through mogelijk zijn.
De grootste les uit de presentaties lijkt hem dat de doelen die we willen bereiken ook effectief kunnen worden uitgevoerd. Hij verwees hierbij naar de voorbeelden van Canada en Brussel. De Vlaamse doelstellingen zullen worden opgenomen binnen het ERP2020. Ook kunnen we volgens hem bogen op enkele lessen vanuit België, voornamelijk wat betreft de EPB regelgeving. Hier zien we vandaag reeds dat er effectief 15% beter wordt gebouwd in de praktijk dan de bouwvoorschriften vereisen. Vanaf 2010 wordt het maximum E80, en het voorstel wordt sterk overwogen om in 2012 naar E60 te gaan.
In 2020 ligt de horizon op nul energie of passief bouwen als bouwstandaard.
Wat Bram Claeys ook opmerkte was dat het sociale aspect van bouwen en gebouwen werd aangeraakt. Een prioriteit moet volgens hem uitgaan naar de reductie van energieconsumptie in de sociale huisvestingssector, toegespitst op de laagste inkomens. Om dit te kunnen implementeren moet samengewerkt worden met de sociale huisvestingsmaatschappijen, moeten de actors on the field worden gestimuleerd, en moet ook effectief worden gehandeld. Hierbij is een verschuiving nodig van de aandacht enkel voor huurkosten naar een bredere focus op leefkosten, waarbij ook energie zijn opgenomen. Dit is echter niet altijd mogelijk door de huidige wetgeving.
Ook de Stad Antwerpen kon zich terugvinden in de bevordering van zeer energiezuinige renovaties.
Als vertegenwoordiger van het onlangs opgerichte Antwerps Energieagentschap, ziet Sara Van Dyck veel werk voor de 'local authorities'. Bijvoorbeeld awareness raising is een belangrijk aspect. Hiervoor nam de stad Antwerpen het initiatief om infrarood foto’s te nemen van de stad, en dit als campagnemiddel te gebruiken.
Maar na de awareness raising, is actie nodig. Daarbij is enerzijds advies belangrijk (bijvoorbeeld de ecohuis dokters) en anderzijds moet er ook ondersteuning zijn. Dit laatste is in België vrij gecompliceerd, met een heel scala aan aanspreekpunten en subsidies. Dit moet worden vereenvoudigd, en dit is een taak van de Vlaamse Overheid.
Om de kloof te overbruggen tussen demo projects en volume phase, ligt er een grote rol weggelegd voor de lokale overheden. Ook hier zijn in Antwerpen heel wat voorbeelden te vinden: het EU project living green, het trainen van actoren in de bouwsector, de rol van het Ecohuis Antwerpen, dat als innovatielab functioneert, waar de voorlopers hun kennis kunnen overdragen aan de geïnteresseerden.
Als het gaat over training en opleiding, ligt er ook op hoger niveau een grote verantwoordelijkheid, met name bij de Vlaamse overheid.
Volgens Robert Voorhamme, schepen van de Stad Antwerpen, wil Antwerpen via zijn scholen het voorbeeld geven, vanuit de overtuiging dat de lokale overheden een belangrijke rol kunnen spelen in de overgang, door enerzijds kansen te creëren en anderzijds door het goede voorbeeld te geven.
In Antwerpen zijn heel wat scholen die gerenoveerd moeten worden. Daarnaast komen er nieuwe schoolvormen, die andere gebouwen nodig hebben. En tot slot is er de bevolkingstoename in de stad, waardoor extra capaciteit nodig is. Dit alles vormt een unieke kans om het ineens goed te doen. Als je bedenkt dat 1/3 van een standaard budget voor een school naar energie gaat, wordt dit enkel versterkt. Vandaar dat de gemeenteraad de beslissing nam om alle nieuwe scholen die gebouwd zullen worden in Antwerpen in de passiefstandaard uit te voeren.
Op termijn zal dit kosten uitsparen. Daarnaast is in deze scholen ook het educational climate anders dan in een standaard school. Gezien het gebrek aan ruimte in de stedelijke context, is het more room with less space in een passiefschool een groot pluspunt.
Daarnaast is het volgens Voorhamme nodig om meer te denken in termen van economics of scale. De surpluskosten van de investeringen worden zo teruggedrongen. Verder is het ook belangrijk dat er ervaring wordt opgebouwd onder architecten.
Wat hij nu als bottleneck ondervindt is dat financiële instituten conservatief denken. Terwijl de energie-experten technisch denken, is er bij financiële experten veel te weinig ervaring en kennis. Daarbij is de bedenking dat het geven van subsidies als ondersteuning voor maatregelen ouderwets is. De ondersteuning moet veel meer komen vanuit de financiële sector zelf. Daarbij zijn de energie spaarders een nieuw soort klanten, die zich onafhankelijker maken van energieprijsstijgingen en daardoor minder risico vertonen om hun lening niet langer te kunnen betalen. In de praktijk echter wordt een passiefhuis echter nog gezien als een surplus risk. Dat is natuurlijk een totaal verkeerde basis.
Luk Vandaele van het WTCB becommentarieerde dat een ander randeffect van passieve scholenbouw is de pedagogische waarde van deze scholen: kinderen die zelf in een example project leren, nemen hier heel wat van over.
Robert Voorhamme bracht nadien applaus in de zaal teweeg door te argumenteren dat het ook belangrijk is om innovatie aan te trekken en nieuwe investeerders naar de stad te brengen. Zeker voor een stad als Antwerpen wordt er sterk de nadruk gelegd op het aantrekken van high value investors, en zij zoeken plaatsen waar naar de toekomst wordt gekeken.
De lezingen van de namiddagsessie illustreerden krachtig de mogelijkheid om te renoveren met een hoog ambitieniveau. In de tweede rondetafel 'Social and technical challenges for low energy housing retrofit', geleid door Erwin Mlecnik van PHP, werd naast de economische en politieke discussie de sociale en technologische component becommentarieert door panelleden.
De panelleden werd de vraag gesteld wat, gezien de reeds afdoende beschikbaarheid van technologische oplossingen, op het niveau van bouwprocessen nog nodig is, en hoe de kloof kan gedicht worden tussen demoprojecten en volumefase.
Sebastian Herkel van het Fraunhofer Institut ziet technologie heel breed. Het gaat hierbij niet enkel om isolatie, of enkel om het plaatsen van een warmtepomp. Belangrijk is een systeemaanpak.
Daarbij is er een grote nood aan kostenefficiënte systemen. Hiervoor kan en zal volgens Herkel prefab een belangrijke oplossing zijn.
Daarnaast is volgens Herkel het klein gedecentraliseerde verwarmingselement een trend voor de toekomst en ontstaat er ook een niche voor nieuwe isolatiematerialen.
Er moet volgens Herkel echter worden gekeken naar het volledige pallet van efficiëntie, en daarbij is ook de kostenefficiëntie van een doorgedreven energie monitoring een aandachtspunt.
Bernard Wallyn van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen benadrukt dat kwaliteit een belangrijk aandachtspunt is. Waar we vandaag alles door de architect laten controleren, en deze ook voor alles de verantwoordelijkheid draagt, wordt het belangrijk om te evolueren naar een ontwerpteam of zelf naar een bouwteam.
In de sociale huisvesting is het probleem echter dat er moet worden gewerkt met een openbare aanbesteding. Dit wil zeggen dat de plannen reeds klaar zijn voor de aannemer kan worden geselecteerd, waardoor deze dus onmogelijk deel kan uitmaken van het bouwteam.
Een tweede barrière is de onzekerheid en de kost. De sociale huisvestingssector kiest daardoor liefst voor de proven systems, en is niet happig op experiment.
Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw vindt best practices zeer belangrijk, zodat kan worden aangetoond dat deze technieken ook op lange termijn werken.
Dit heeft ook een economische impact: als de terugverdientijd van maatregelen een argument is, moet je kunnen aantonen met best practices, ook op de lange termijn, dat de maatregelen effectief werken. Voor de banken is dit een belangrijk aspect om hen te overtuigen, maar dat is even goed zo voor de consument.
Hiervoor is volgens Dillen er grote nood aan een derde partij label. Hiervoor kan een initiatief als de Green Building Council nuttig zijn.
Dirk Otte van het IWT benadrukte dat er ook geld is voor de ideeën van experten. De taak van IWT is om KMO’s en organisaties te financieren, zodat de hindernissen waarvan sprake kunnen worden weggewerkt.
Daarbij wacht het IWT op voorstellen van de organisaties op het Vlaamse niveau, doch ook op het Europese niveau kan het IWT bedrijven ondersteunen met netwerking.
Ook verleent het IWT diensten zoals het helpen vinden van innovatiepartners. Hiervoor wordt ingespeeld op het nationale en internationale netwerk.
De gerenommeerde Zwitserse solar energy expert Robert Hastings (AEU Ltd) benadrukt dat de voorbeeldprojecten die we zagen in de presentaties de pioniers zijn.
In nieuwe projecten ziet hij meerkost wel als een issue, en comfort speelt een rol in de marketing. Doch hij benadrukt het economisch belang van 'value' in termen van human values. Hij haalde in zijn presentatie voorbeelden aan waaruit blijkt dat je value kan relateren met architecturale waarden zoals bijvoorbeeld betere daglichttoetreding, een veiligere leefomgeving, een verbeterd comfort en een verhoogde levenskwaliteit.
Na deze dagen van disseminatie volgden voor de medewerkers van PHP nog twee dagen van internationale vergadering in het kader van de IEA SHC Task 37 ter afwerking van het werk van de taakgroep. Bij deze gelegenheid werden de internationale experten van de IEA SHC Task 37 officieel ontvangen op 't Schoon Verdiep' van het Stadhuis van Antwerpen door Schepen Lauwers bevoegd voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, patrimoniumonderhoud, binnengemeentelijke decentralisatie en leefmilieu.

Wie meer info wil over het thema zeer energiezuinig renoveren kan binnenkort terecht op de bijzondere website Low Energy Housing Retrofit: www.lehr.be













![[print]](content/themes/img/print.gif)